Door Michael Streur · 15 juni 2026
Warmtepomp + Zonnepanelen: Hoe Veel (en Weinig) Ze Samen Doen (2026)
Zonnepanelen verlagen de verwarmingskosten van je warmtepomp maar beperkt: panelen wekken vooral in de zomer op, terwijl je warmtepomp vooral in de winter draait. Daar komt het einde van de salderingsregeling per 2027 nog bij. In dit artikel leg ik eerlijk uit hoe het echt zit – en hoe je panelen en warmtepomp wél slim combineert.
Waarom zonnepanelen je warmtepomp maar beperkt helpen
Een warmtepomp vervangt (een deel van) je gasverbruik door elektriciteit. Dat is op zichzelf al een besparing, want verwarmen met een warmtepomp is veel efficiënter dan stoken op gas. Je stroomverbruik neemt wel flink toe: een gemiddelde warmtepomp gebruikt ongeveer 3.500 kWh (kilowattuur) per jaar.
De gangbare redenering is dan: leg zonnepanelen op je dak, en die opgewekte stroom voedt je warmtepomp. Op een jaarrekening lijkt dat te kloppen. Maar er zit een belangrijke kink in. Je panelen wekken het meeste op in de zomer, terwijl je warmtepomp juist in de winter verwarmt – precies wanneer je panelen weinig opleveren.
Die twee vallen dus grotendeels niet samen. De stroom waarmee je in de winter verwarmt, komt daardoor grotendeels gewoon van het net. Zonnepanelen zijn daarmee geen slechte investering: ze besparen op je totale stroomrekening. Maar reken niet op een veel kortere terugverdientijd van je warmtepomp dankzij die panelen.
Hoeveel zonnepanelen heb je nodig voor je warmtepomp?
Een gemiddeld modern zonnepaneel heeft een vermogen van ongeveer 400 Wp. Wp staat voor wattpiek: de maat voor het maximale vermogen van een paneel. In Nederland levert zo'n paneel ongeveer 350 kWh per jaar op. Een gemiddelde warmtepomp verbruikt, zoals gezegd, ongeveer 3.500 kWh per jaar.
Reken je dat door? Met 10 zonnepanelen (10 × 350 kWh = 3.500 kWh) wek je op jaarbasis ongeveer net zoveel stroom op als je warmtepomp verbruikt. Op papier dekken 10 panelen dus zo goed als het hele stroomverbruik van je warmtepomp.
Let op: dit is een berekening op jaarbasis. In de praktijk gebruik je niet elke opgewekte kWh direct voor je warmtepomp, want de zomerse opwek en het winterse verbruik vallen niet samen. Toch is de jaarrekensom een nuttige en gangbare manier om de besparing in te schatten, zeker zolang saldering nog bestaat.
Heb je minder dan 10 panelen, dan dek je naar verhouding minder. Met 6 panelen (2.100 kWh) dek je bijvoorbeeld ongeveer 60% van het verbruik van je warmtepomp. Heb je meer dan 10 panelen, dan gaat het overschot naar de rest van je huishouden of naar het net.
Rekenvoorbeeld: waarom de jaarrekensom misleidt
Laat ik het concreet maken. Stel: je hebt 10 zonnepanelen die samen 3.500 kWh per jaar opwekken, en een warmtepomp die 3.500 kWh per jaar verbruikt. Op papier dekt je opwek dus je hele warmtepompverbruik.
De verleiding is dan om te zeggen: bij €0,27 per kWh streep je €945 aan warmtepompstroom per jaar weg. Maar dat klopt niet, want het moment telt. Je warmtepomp verbruikt het grootste deel van die 3.500 kWh in de wintermaanden om je huis te verwarmen. Je panelen leveren dan maar een fractie van hun jaaropbrengst; de zomerse opwek valt grotendeels buiten het verwarmingsseizoen.
In de praktijk gebruik je dus maar een deel van je eigen zonnestroom direct voor de verwarming. De rest van de winterstroom koop je gewoon van het net, en je zomerse overschot lever je terug. Zolang salderen nog bestaat, valt dat verschil weg op je jaarrekening. Dat verandert per 2027.
De eerlijke conclusie: zonnepanelen verlagen je totale stroomrekening, maar de kosten van je warmtepompverwarming maar beperkt. Beoordeel je warmtepomp en je zonnepanelen daarom als twee losse investeringen. Elk kan op zichzelf de moeite waard zijn, maar ze halveren elkaars terugverdientijd niet.
Terugverdientijd: reken de warmtepomp op zichzelf
De terugverdientijd van je warmtepomp bereken je zo: (kosten warmtepomp na subsidie) ÷ (jaarlijkse besparing op je energierekening). Voor de meeste woningen komt dat bij de energieprijzen van 2026 uit op zo'n 8 tot 12 jaar.
Die tijd wordt korter bij een hoger gasverbruik, of met een hybride als tussenstap. Was je cv-ketel toch al aan vervanging toe? Dan telt alleen het prijsverschil mee.
De verleiding is om de 'besparing dankzij zonnepanelen' bij die jaarlijkse besparing op te tellen. De terugverdientijd lijkt dan ineens veel korter, maar dat beeld is te rooskleurig. Zoals hierboven uitgelegd dekken je panelen je winterse verwarmingsstroom maar beperkt, omdat ze dan weinig opwekken.
Reken de terugverdientijd van je warmtepomp daarom op zichzelf, zonder zonnestroom mee te tellen. Heb je ook zonnepanelen? Beoordeel die als aparte investering met een eigen terugverdientijd, gebaseerd op je totale stroomverbruik over het jaar. Zo voorkom je een onaangename verrassing en weet je waar je echt aan toe bent.
De salderingsregeling stopt per 2027 – wat betekent dat?
Tot nu toe geldt in Nederland de salderingsregeling. Stroom die je panelen opwekken en die je niet direct zelf gebruikt, lever je terug aan het net. Die stroom wordt weggestreept tegen stroom die je later afneemt, tegen hetzelfde tarief. Daardoor maakt het op je jaarrekening nu nog weinig uit wanneer je je eigen stroom gebruikt.
Dat verandert. De salderingsregeling stopt definitief per 1 januari 2027, in één keer in plaats van geleidelijk afgebouwd. Dit is vastgelegd in de Wet beëindiging salderingsregeling. Voor stroom die je daarna teruglevert, krijg je een terugleververgoeding van minimaal 50% van het kale leveringstarief.
Bovendien rekenen veel energieleveranciers nu al vaste terugleverkosten voor wie veel teruglevert. Terugleveren levert dus nu al weinig op. De overheid stuurt erop aan dat je je eigen stroom direct gebruikt in plaats van teruglevert.
Wordt je warmtepomp na 2027 dan ineens veel voordeliger met zonnepanelen? Nee. Het knelpunt blijft dat zomer en winter niet samenvallen.
Je warmtepomp verbruikt het meest in de winter, juist als je panelen weinig opwekken. Die winterstroom haal je niet zomaar uit je zomerse opwek. Wachten op een '2027-voordeel' voor je warmtepomp heeft dus geen zin – beoordeel de warmtepomp op zijn eigen waarde.
Zo combineer je panelen en warmtepomp wél slim
Je kunt wél meer van je eigen zonnestroom benutten, juist nu terugleveren steeds minder oplevert. Verschuif grootverbruikers zoveel mogelijk naar het midden van de dag (ongeveer 11:00–15:00), wanneer je panelen het meest opwekken. Denk aan:
- de wasmachine
- de droger
- de vaatwasser
- het laden van je elektrische auto
Zo gebruik je je eigen stroom direct, in plaats van hem voor weinig terug te leveren. Dat werkt vooral goed in het voorjaar en de zomer.
Wil je panelen en warmtepomptechniek écht laten samenwerken? Kijk dan naar een warmtepompboiler voor je warme water. Die draait het hele jaar door, óók in de zomer, als je panelen volop opwekken. Dáár vullen zonnepanelen en warmtepomptechniek elkaar wél aan – en een warmtepompboiler is bovendien flink goedkoper in gebruik dan warm water maken met gas.
De eerlijke kanttekening blijft: voor de ruimteverwarming gaat dit niet op. Die draait in de winter, als je panelen weinig opleveren. Reken daar dus niet op.
Conclusie
Een warmtepomp en zonnepanelen zijn allebei verstandige stappen naar een lagere energierekening. Maar het is geen wondercombinatie die elkaars terugverdientijd halveert. De warmtepomp verlaagt je gasverbruik; de zonnepanelen verlagen je totale stroomrekening. Voor de verwarming vullen ze elkaar maar beperkt aan, doordat panelen vooral in de zomer opwekken en je warmtepomp vooral in de winter verwarmt.
Beoordeel beide dus los van elkaar, en reken niet op een '2027-voordeel' voor je warmtepomp door het einde van de salderingsregeling. Wil je weten wat een warmtepomp voor jouw woning oplevert? Vul de gratis keuzehulp in. Je ontvangt een eerlijke indicatie van het type, de kosten en de terugverdientijd.
Meer lezen
Gerelateerde artikelen
Benieuwd wat een warmtepomp jou oplevert?
Vraag gratis en vrijblijvend een offerte aan, op maat van jouw situatie.
Vraag gratis een offerte aan